|
Recht uit moeders keuken komt hij op de kluiten.
Gezond van blos en welgevormd van kuiten
put hij zijn kracht uit jonge duifjes en een guitige lach.
Schalkse ruiter, acrobaat als het over land-
en modderwegen gaat. Stormt hij bijdehand op trappen
en taluds, wringt hij zich tussen nadar en knotwilgen.
Rad van tong ook, vrolijke snuiter, crosser des volks.
Zie hem door de dennenbossen hossen, zie hem
strijden langs akkergrond en weiden.
De Witte op wielen, ondeugende paljas
in de ogen van juichende huisvrouwen.
|